KIKKERCONCERT IN HET MOERAS

Het begint zacht. Een borrelend geluid, diep van binnen, keelachtig en gedempt, nauwelijks meer dan een fluistering. Dan een tweede, een derde. Een koor — ongecoördineerd, maar vol urgentie: het is paartijd. Het concert van de heikikkers — een lokroep van de mannetjes naar paringsbereide vrouwtjes. Wie geluk heeft, kan het nog horen op enkele lenteavonden, ergens tussen het riet, waar het schemerlicht het water net raakt.

Maar dit geluid is niet langer slechts beperkt tot een paar dagen per jaar — het is zeldzaam geworden. In Duitsland is de heikikker bijna verdwenen. In heel Zuid-Duitsland bestaan nog slechts twee kleine, geïsoleerde populaties — en ook die worden acuut bedreigd. Te weinig dieren, te weinig genetische diversiteit, te weinig leefgebied. Dat de soort nog bestaat, is te danken aan mensen zoals Moritz Ott, plaatsvervangend directeur van de Landschapsbehoudsvereniging Ravensburg in Baden-Württemberg.

HET VERDWIJNEN VAN EEN ROEP

„Het was tijdens mijn burgerdienst in 2008 op het eiland Fehmarn“, herinnert Moritz zich. Destijds zat het gebied nog vol met heikikkers. Vandaag de dag is de soort daar eveneens sterk achteruitgegaan. In zijn thuisregio Ravensburg merkte hij dat bijna niemand deze kikker ooit had gezien of gehoord. „Toen wist ik: we moeten iets doen.“

De heikikker kan behoorlijk spectaculair zijn: tijdens de paartijd laten de mannetjes niet alleen hun concert horen, ze kleuren ook enkele dagen intens blauw. Een indrukwekkend schouwspel om vrouwtjes aan te trekken — dat voor de meeste mensen verborgen blijft, diep in het moeras.

Daarnaast speelt de heikikker een belangrijke ecologische rol. „Het is een paraplusoort“, legt Moritz uit. „Hij staat symbool voor veel andere soorten die afhankelijk zijn van vergelijkbare leefgebieden, zoals de gevlekte witsnuitlibel.“ De achteruitgang van de heikikker is dus een signaal dat een heel ecosysteem uit balans raakt.

Moritz vergelijkt dit proces met een kaartenhuis: „We kunnen kaart voor kaart wegnemen — maar op een gegeven moment stort alles in.“ Het verlies van soorten is geen abstract fenomeen: het is zichtbaar, meetbaar en voelbaar. En het begint, zegt hij, „niet ergens ver weg — maar direct voor onze deur.“

De oorzaken van de achteruitgang van de heikikker — en van vele andere soorten — zijn bekend: moerassen zijn decennialang ontwaterd, overgebruikt of aan hun lot overgelaten. Wat overblijft, zijn versnipperde biotopen zonder overgangszones. „Tegenwoordig grenzen ongebruikte moerasranden vaak direct aan intensief gebruikte gebieden“, zegt Moritz. „Een geleidelijke overgang ontbreekt — en juist die proberen we te herstellen.“

EIKLOMPJES IN HET DONKER

De lente markeert de beslissende fase van hun werk. Zodra de temperaturen stijgen, trekken Moritz en zijn team eropuit — met rubberlaarzen en hoofdlampen — alleen of in tweetallen door het moeras. Ze zoeken in ondiepe, snel opwarmende wateren naar de eiklompjes van de kikkers.

„Als je eenmaal de juiste plek hebt gevonden, is de kans groot dat je eieren vindt“, zegt Moritz. „Maar de roep van de mannetjes is slechts enkele meters ver te horen.“ De zoektocht moet zich daarom richten op veelbelovende gebieden.

Een groot deel van de activiteit van de kikkers vindt plaats in de schemering of ’s nachts. In de beschutting van het donker verliezen de dieren hun schuwheid en worden hun roepen luider. Voor het team is elke inzet een klein avontuur.

„Ik hou van de nachten in het moeras“, zegt Moritz. „De geluiden en het raden welk dier er roept. Ik kan iedereen aanraden om in mei bij zonsondergang bij een poel te gaan staan — je hoort een echt concert beginnen.“

Om ervoor te zorgen dat dit concert kan blijven klinken, worden de verzamelde eieren naar een kweekstation gebracht. Daar ontwikkelen de kikkervisjes zich, beschermd tegen roofdieren en onder optimale omstandigheden in warm water, uitstekend. „In het wild overleven er maar weinig“, legt Moritz uit. „Bij ons haalt bijna 99 procent het.“

De jonge kikkers worden later teruggebracht naar hun oorspronkelijke wateren of de oevers in de omgeving. „Op de lange termijn willen we ook nieuwe wateren creëren en daar gericht kikkers uitzetten.“ Dat vraagt tijd en geduld.

„Na het uitkomen verspreiden de dieren zich stervormig en trekken ze vaak meerdere kilometers naar hun zomerhabitats. Slechts een deel keert terug naar het oorspronkelijke water“, zegt Moritz. „Anders zouden amfibieën zich nooit hebben verspreid.“

GROTE PLANNEN

Wat in 2020 begon met één eiklompje, is in enkele jaren merkbaar veranderd. Vandaag telt het team in dezelfde gebieden in het voorjaar tot wel 50 klompjes. De populaties in Opper-Zwaben en het Württembergse Allgäu herstellen zich langzaam. Dankzij donaties kon onlangs een nieuw buitenbassin voor het kweekstation worden gebouwd, zodat de meest kritieke ontwikkelingsfase onder optimale omstandigheden verloopt.

Inmiddels denken Moritz en zijn team verder. Samen met partnerorganisaties uit Frankrijk, Denemarken en Slovenië plannen zij een EU LIFE-project dat modelinitiatieven voor natuur- en soortenbescherming in Europa ondersteunt. Het gaat allang niet meer alleen om kikkers, maar om volledige leefgebieden: overgangslandschappen, stabiele waterhuishouding en functionerende moerassen.

Om van een succesvolle regionale beschermingsinitiatief een Europees voorbeeld te maken, zijn niet alleen sterke structuren nodig — maar ook duurzame financiering. Dergelijke projecten slagen niet alleen op basis van enthousiasme: ze vereisen middelen, planning en ondersteuning. Veertig procent van de kosten moet door de projectdeelnemers zelf worden opgebracht. Daarom hopen Moritz en zijn team op steun vanuit de regionale economie.

De argumenten zijn sterker dan ooit. De heikikker is nog steeds bedreigd, maar zijn terugkeer laat zien dat een wankelend systeem zich kan herstellen — als mensen bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen. „Onze resultaten laten zien dat we op de goede weg zijn“, zegt Moritz.

EEN STILLE KLANK VAN GROTE BETEKENIS

Voor Moritz is het werken met heikikkers allang meer dan een natuurbeschermingsproject. „Elke dag ben ik blij dat ik kan bijdragen aan een betere toekomst.“ De heikikker beschermen betekent een fragiel evenwicht bewaren — en laten zien dat zelfs het zeldzaamste concert nooit ongehoord mag blijven.

KIKKERCONCERT IN HET MOERAS

Het begint zacht. Een borrelend geluid, diep van binnen, keelachtig en gedempt, nauwelijks meer dan een fluistering. Dan een tweede, een derde. Een koor — ongecoördineerd, maar vol urgentie: het is paartijd. Het concert van de heikikkers — een lokroep van de mannetjes naar paringsbereide vrouwtjes. Wie geluk heeft, kan het nog horen op enkele lenteavonden, ergens tussen het riet, waar het schemerlicht het water net raakt.

Maar dit geluid is niet langer slechts beperkt tot een paar dagen per jaar — het is zeldzaam geworden. In Duitsland is de heikikker bijna verdwenen. In heel Zuid-Duitsland bestaan nog slechts twee kleine, geïsoleerde populaties — en ook die worden acuut bedreigd. Te weinig dieren, te weinig genetische diversiteit, te weinig leefgebied. Dat de soort nog bestaat, is te danken aan mensen zoals Moritz Ott, plaatsvervangend directeur van de Landschapsbehoudsvereniging Ravensburg in Baden-Württemberg.

HET VERDWIJNEN VAN EEN ROEP

„Het was tijdens mijn burgerdienst in 2008 op het eiland Fehmarn“, herinnert Moritz zich. Destijds zat het gebied nog vol met heikikkers. Vandaag de dag is de soort daar eveneens sterk achteruitgegaan. In zijn thuisregio Ravensburg merkte hij dat bijna niemand deze kikker ooit had gezien of gehoord. „Toen wist ik: we moeten iets doen.“

De heikikker kan behoorlijk spectaculair zijn: tijdens de paartijd laten de mannetjes niet alleen hun concert horen, ze kleuren ook enkele dagen intens blauw. Een indrukwekkend schouwspel om vrouwtjes aan te trekken — dat voor de meeste mensen verborgen blijft, diep in het moeras.

Daarnaast speelt de heikikker een belangrijke ecologische rol. „Het is een paraplusoort“, legt Moritz uit. „Hij staat symbool voor veel andere soorten die afhankelijk zijn van vergelijkbare leefgebieden, zoals de gevlekte witsnuitlibel.“ De achteruitgang van de heikikker is dus een signaal dat een heel ecosysteem uit balans raakt.

Moritz vergelijkt dit proces met een kaartenhuis: „We kunnen kaart voor kaart wegnemen — maar op een gegeven moment stort alles in.“ Het verlies van soorten is geen abstract fenomeen: het is zichtbaar, meetbaar en voelbaar. En het begint, zegt hij, „niet ergens ver weg — maar direct voor onze deur.“

De oorzaken van de achteruitgang van de heikikker — en van vele andere soorten — zijn bekend: moerassen zijn decennialang ontwaterd, overgebruikt of aan hun lot overgelaten. Wat overblijft, zijn versnipperde biotopen zonder overgangszones. „Tegenwoordig grenzen ongebruikte moerasranden vaak direct aan intensief gebruikte gebieden“, zegt Moritz. „Een geleidelijke overgang ontbreekt — en juist die proberen we te herstellen.“

EIKLOMPJES IN HET DONKER

De lente markeert de beslissende fase van hun werk. Zodra de temperaturen stijgen, trekken Moritz en zijn team eropuit — met rubberlaarzen en hoofdlampen — alleen of in tweetallen door het moeras. Ze zoeken in ondiepe, snel opwarmende wateren naar de eiklompjes van de kikkers.

„Als je eenmaal de juiste plek hebt gevonden, is de kans groot dat je eieren vindt“, zegt Moritz. „Maar de roep van de mannetjes is slechts enkele meters ver te horen.“ De zoektocht moet zich daarom richten op veelbelovende gebieden.

Een groot deel van de activiteit van de kikkers vindt plaats in de schemering of ’s nachts. In de beschutting van het donker verliezen de dieren hun schuwheid en worden hun roepen luider. Voor het team is elke inzet een klein avontuur.

„Ik hou van de nachten in het moeras“, zegt Moritz. „De geluiden en het raden welk dier er roept. Ik kan iedereen aanraden om in mei bij zonsondergang bij een poel te gaan staan — je hoort een echt concert beginnen.“

Om ervoor te zorgen dat dit concert kan blijven klinken, worden de verzamelde eieren naar een kweekstation gebracht. Daar ontwikkelen de kikkervisjes zich, beschermd tegen roofdieren en onder optimale omstandigheden in warm water, uitstekend. „In het wild overleven er maar weinig“, legt Moritz uit. „Bij ons haalt bijna 99 procent het.“

De jonge kikkers worden later teruggebracht naar hun oorspronkelijke wateren of de oevers in de omgeving. „Op de lange termijn willen we ook nieuwe wateren creëren en daar gericht kikkers uitzetten.“ Dat vraagt tijd en geduld.

„Na het uitkomen verspreiden de dieren zich stervormig en trekken ze vaak meerdere kilometers naar hun zomerhabitats. Slechts een deel keert terug naar het oorspronkelijke water“, zegt Moritz. „Anders zouden amfibieën zich nooit hebben verspreid.“

GROTE PLANNEN

Wat in 2020 begon met één eiklompje, is in enkele jaren merkbaar veranderd. Vandaag telt het team in dezelfde gebieden in het voorjaar tot wel 50 klompjes. De populaties in Opper-Zwaben en het Württembergse Allgäu herstellen zich langzaam. Dankzij donaties kon onlangs een nieuw buitenbassin voor het kweekstation worden gebouwd, zodat de meest kritieke ontwikkelingsfase onder optimale omstandigheden verloopt.

Inmiddels denken Moritz en zijn team verder. Samen met partnerorganisaties uit Frankrijk, Denemarken en Slovenië plannen zij een EU LIFE-project dat modelinitiatieven voor natuur- en soortenbescherming in Europa ondersteunt. Het gaat allang niet meer alleen om kikkers, maar om volledige leefgebieden: overgangslandschappen, stabiele waterhuishouding en functionerende moerassen.

Om van een succesvolle regionale beschermingsinitiatief een Europees voorbeeld te maken, zijn niet alleen sterke structuren nodig — maar ook duurzame financiering. Dergelijke projecten slagen niet alleen op basis van enthousiasme: ze vereisen middelen, planning en ondersteuning. Veertig procent van de kosten moet door de projectdeelnemers zelf worden opgebracht. Daarom hopen Moritz en zijn team op steun vanuit de regionale economie.

De argumenten zijn sterker dan ooit. De heikikker is nog steeds bedreigd, maar zijn terugkeer laat zien dat een wankelend systeem zich kan herstellen — als mensen bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen. „Onze resultaten laten zien dat we op de goede weg zijn“, zegt Moritz.

EEN STILLE KLANK VAN GROTE BETEKENIS

Voor Moritz is het werken met heikikkers allang meer dan een natuurbeschermingsproject. „Elke dag ben ik blij dat ik kan bijdragen aan een betere toekomst.“ De heikikker beschermen betekent een fragiel evenwicht bewaren — en laten zien dat zelfs het zeldzaamste concert nooit ongehoord mag blijven.

MORE SPOTLIGHT STORIES